Californio's -> Vaquero rijstijl

Door Louis van Kerkhoff

Inleiding.
De belangstelling voor de Vaquero levensstijl en rijstijl heb ik gekregen, nadat ik vele jaren terug voor mijn verjaardag een boek kreeg met de titel “Westernreiten”, geschreven door Monika en Hans Dossenbach en Jean-Claude Dysli. Hoewel de titel dat niet direct verraad, ging een belangrijk deel van dit boek over de Californische western rijstijl en Vaquero’s.
Mijn passie nam alleen maar toe, toen ik 3 jaar geleden Jean-Claude Dysli op zijn Haciënda in Andalusia mocht ontmoeten om daar een paar uur rijles van hem te krijgen. Jean-Claude Dysli is voor mij een perfect voorbeeld van een Europeaan die de Californische rijstijl heeft overgenomen.
Mijn grote wens is ooit nog eens naar Red Bluff in California te reizen, om daar de jaarlijkse “Californios” te bezoeken. In de Californios, strijden Vaquero’s in heel bijzondere “cowboy wedstrijden” om de diverse titels. Overigens mogen aan deze wedstrijden alleen combinaties meedoen, die kunnen aantonen, dagelijks als Vaquero te werken.
Naast dit boekwerk verslind ik regelmatig de USA uitgave van Western Horseman, waarin – gelukkig – regelmatig artikelen verschijnen met als achtergrond de Californische rijstijl.

Overigens wordt Vaquero uitgesproken als “Bakero” en is Buckeroo een engelse verbastering.

Oorsprong.
Als je veel mensen vraagt naar de afstamming van de cowboy, zullen er maar weinig mensen zijn, die je een beeld schetsen van een man met donkere, ietwat “rode”gelaatskleuren. De meeste zien een beeld a la John Wayne. Maar dat beeld staat ver weg van de werkelijkheid.

Nadat de Spanjaarden al in 1523 de eerste runderen naar USA verscheepten, kwam het rond 1650 tot een sterke toename van het rundvee in de regio’s die nu bekend zijn als zuid California en New Mexico. Zo sterk, dat die runderen, in een land waar men geen afzettingen kende, op de een af andere manier gehoed moesten worden. Begrijpelijk dat de Spanjaarden daartoe hun eigen bekende manier kozen: het hoeden en drijven van vee te paard. Zeker gezien de enorme afstanden, een goede keus. Er was echter een klein probleem: er waren niet voldoende Spaanse ruiters, die onder de enorm zware condities een hele dag in het zadel konden blijven. En dus werden er Indianen geschoold in de klassieke Spaanse rijkunst. Al snel bleek dat Indianen, waarschijnlijk vanwege hun betrokkenheid met de natuur, heel goede leerlingen waren. De versmelting tussen de mensen van Spaanse kom af en die van Indiaanse kom af deed de rest: de Vaquero was geboren.

Levenstijl.
Het Indianenbloed bracht nog andere aspecten mee. Zoals de handigheid in het knopen en weven van huiden. Als snel maakten de Vaquero alle benodigde zaken zelf. Van zadel tot teugels. Heel bekend is nog heden de rawhide braiding. Nog vandaag de dag staat de Reata – een uit rawhide geknoopte lasso - , hoog op het verlanglijstje van iedere cowboy. Ondanks alle moderne vezels, blijkt de Reata de lasso bij uitstek te zijn. Vaquero’s zijn ook ware meesters in het werpen van de Reata.
Als snel ontwikkelde er zich een nieuwe cultuur. De cultuur van het leven en werken rond paarden. Van de indianen erfden de Vaquero’s de visie, dat bezit niet iets persoonlijks is, maar iets is van de groep. En dat je moet trachten te leven in balans met de natuur.Van de Spanjaarden erfden ze drang naar “perfect” paardrijden.
Het gevolg was een perfecte combinatie van rijden van westernpaarden en het trainen daarvan.

Trainen.
De Vaquero training van paarden is gebaseerd op een aantal oeroude, bewezen, methode’s. Omdat er vaak van paarden gewisseld wordt, tussen de ruiters onderling en ook in de trainingsperiode, is het noodzakelijk dat paarden op gelijke manier getraind worden.
Om in de kudde’s te kunnen zien, welk paard op welk niveau getraind is, worden de paarden die in training zijn, gemarkeerd.
Een paard dat nog niet wordt bereden heeft zijn natuurlijke manen.
Een paard dat in de 1e fase zit wordt gereden met een Bosal/Mecate. Deze paarden zijn te herkennen aan de hand breed weggeschoren mannen op de schoft. In deze fase leert het paard om op aangelegde teugeldruk (door de prikkelende Mecate) af te wenden en op gewichtshulpen te stoppen en versnellen.
Een paard in de 2e fase, met als tuigage een combinatie uit Bosal/Mecate en split-reins met Shanks bit, heeft in de afgeschoren manen 2 duidelijke plukken haar staan. In deze fase wordt het paard langzaam maar zeker van Bosal op Shanks omgeschoold, waarbij het paard onder 1 hand leert bewegen. De nadruk van de hulpen wordt omgezet van teugelhulpen naar hulpen op het gebied van gewichtsverplaatsing.
In de 3e fase loopt het paard geheel op een Spade bit (een scherper bit als het Shanks bit) en heeft nog maar 1 pluk haar in het afgeschoren deel staan. In deze fase bestaan de hulpen alleen nog maar uit gewichtsverplaatsing door de ruiter. Dit is de fase waarin het paard “gepolijst” wordt.
Hierna is het paard gereed en komt hij in de kudde met “werk paarden”.

Rijden.
De Vaquero rijstijl is de vader van de Californise rijstijl. Het paard wordt gereden op een zeer scherp bit, dat echter niet of nauwelijks gebruikt wordt. De communicatie tussen hand en bit is minimaal. Het merendeel van de hulpen bestaat uit “lichaamstaal” en gewichtshulpen. Zo minimaal dat een leek ze niet eens ziet. De kenner zal zeggen dat ruiter en paard één zijn geworden en dat de spieren van de ruiter zijn aangesloten op de spieren van het paard.
Een Vaquero rijdt altijd éénhandig. Dat kan ook niet anders, want zijn andere hand (en vaak beide) heeft hij nodig voor zijn werk: het drijven, sorteren en afzonderen van vee. En dat werk vindt meestal plaats in teams van 2 of 3 man, die zonder veel met elkaar te praten aan het werk zijn.


Een mooi voorbeeld daarvan is in reportages over de Californios te zien:
In het onderdeel “Doctoring” moeten 3 combinaties een 1500 kg zware stier “omleggen” d.m.v. lasso’s, om vervolgens een 4e lid van het team de stier een injectie te kunnen laten geven (in dit geval een onschuldige zoutoplossing). Net zoals zij dat zouden doen in hun dagelijkse werk. Dit soort acties moet in alle rust gebeuren, want een kolos van 1500 kg, die woest wordt kan enorme schade’s aanrichten en grote ongelukken veroorzaken. Als eerste wordt de stier van voorzichtig “geroped”. 1 combinatie werpt daartoe de lasso om de hoorns van de stier, daarbij geen druk opvoerend, om de stier zo rustig mogelijk te houden. Vervolgens komen de 2 andere Vaquero met lasso worpen over de grond, om zodoende de voor en achterbenen te fixeren. Vervolgens wordt de stier uit evenwicht gebracht en valt deze (door de samengehouden benen) op een flank. Nu kan het 4e teamlid de spuit kan zetten.

Tuigage en kleding.
De tuigage van de Vaquero’s is ook heel bijzonder.
Verreweg de meeste Vaquero’s rijden op westernzadels met een A-fork Cliff Wade boom. De horn is – natuurlijk- voorzien van een brede hals en een zware cap. Logisch, want dit deel van het zadel is één van de belangrijkste werktuigen van de Vaquero; de Reata moet er snel en “grippig” om heen te slaan zijn, maar moet in noodgevallen ook weer snel los kunnen. Het enige wat in de loop der jaren is veranderd, is de vorm van de skirts en de seat. Voorheen waren deze westernzadels voorzien van grote rechthoekige skirts, om zo bescherming te bieden aan het paard t.o.v. de vele bepakking die men mee moest nemen. Maar sinds men ’s avonds veelal thuis of op een bivakstation is, zijn de skirts kort en rond geworden. Dat heeft wellicht ook te maken met het type paard dat de Vaquero gebruiken. Dit zijn de typische westernrassen /typen met korte bouw. En de seat is van een “open boom model” verandert in een gesloten seat met seat jockeys.
Als bit rijdt men vrijwel uitsluitend met Spade bit’s. In onze ogen ware martelwerktuigen, maar in de handen van Vaquero’s een precisie instrument dat slechts heel licht gebruikt wordt. Ook de sporen zijn vaak “scherp”, ook hier geldt hetzelfde als voor de bitten: ze worden slechts minimaal gebruikt.
Het is ook niet verwonderlijk, dat de wellicht beste bit en spur maker luistert naar de naam Garcia.

De kleding van Vaquero’s bestaat uit een kleurige mix van hemden, hoofddoeken en broeken. Als ze geen westernhoed op zouden hebben, zouden ze zo als piraat uit een moderne piratenfilm kunnen zijn gestapt. Het enige dat ze van “film cowboys” hebben, zijn de broeken die vaak jeans zijn.
De hoeden vormen één van de weinige dingen waarin iedere Vaquero zijn eigen “smaak” prijs geeft. Hoewel er heel veel Vaquero’s rijden met een “Tombstone” hoed (zo’n zwarte hoed met een strakke “crown” en geheel vlakke randen; zoals ook veel in Spanje wordt gedragen en in de film “Tombstone” gedragen wordt door Kurt Russel als Wyat Earp) zijn er ook veel Vaquero’s die met de modellen rijden die veel aangeduid worden met Gus (naar een personage in een westernfilm). Het belangrijkste lijkt te zijn, dat de randen breed zijn om zoveel mogelijk schaduw te geven.
Maar voor de rest is het, zoals al eerder beschreven, een bonte mengeling van alles en nog wat.

Paarden.
De eerste paarden die door de Spanjaarden naar de USA werden gebracht waren veelal van een zwaarder type dan de huidige westernrassen. De drang naar kortere paarden zorgden er voor, dat er later kleinere paarden werden overgebracht en gefokt. Het gaat te ver om te stellen, dat de Vaquero’s de fokkers van de huidige westernrassen zijn, maar het is wel opvallend dat hun paarden altijd al de kenmerken hadden van de huidige QH’s, Paints en Appy’s. Veel paarden van de Vaquero’s hebben iets weg van de Criollo’s die tegenwoordig in Argentinië worden gebruikt. Het zal allemaal wel te maken hebben, met de gemeenschappelijke wens naar robuuste paarden die wenbaar moesten zijn en snel konden sprinten.