Hoefbevangenheid

 

Hoefbevangenheid is een ontsteking van de hoeflederhuid. Hoefbevangenheid uit zich in eerste instantie in stijver en gevoeliger lopen. Overige symptomen van hoefbevangenheid zijn onder andere de houding: in rust de voorbenen naar voren geplaatst en de achterbenen onder het lichaam gebracht. Ook warme hoeven, die pijnlijk zijn bij het bekloppen met een hamertje op de voorzijde en de zool voor de punt van de straal zijn een uiting van hoefbevangenheid. Een paard dat na een dag op de wei, op de harde bodem of grind gevoelig loopt, moet direct door een dierenarts onderzocht worden.

Oorzaken
Veelvoorkomende oorzaken van hoefbevangenheid zijn: eiwitrijk jong gras, teveel door het lichaam zelf aangemaakte gif- en/of afvalstoffen (zuren), stress, overbelasting, vergiftiging, een infectie elders in het lichaam en 'overeten'.

Behandeling
Het herstel van hoefbevangenheid gaat langzaam; de stofwisseling is ernstig verstoord en vaak is er weefsel beschadigd. De aandoening vereist intensieve diergeneeskundige behandeling. Paarden die al eerder hoefbevangen zijn geweest blijven er altijd gevoelig voor en dienen extra in de gaten gehouden te worden.

Voorzorgsmaatregelen
Laat uw paard langzaam aan gras wennen en zet steeds kleine stukjes land af, waardoor u de hoeveelheid gras, die uw paard op kan nemen, beperkt. Een andere methode waarmee u de opname van gras beperkt is een mondmasker. Let vooral ook op als het na een droge periode gaat regenen; ook dan kan er weer eiwitrijk vers gras groeien. Hoefbevangenheid komt bij groeizaam weer dan ook de hele zomer en zelfs in september nog veel voor. Overvoer uw paard niet en let erop of het eiwitpercentage is afgestemd op de behoefte van uw paard.

Chronisch hoefbevangen
Paarden die gevoelig zijn geworden voor hoefbevangenheid en paarden die tobben met de gevolgen ervan (zoals hoefbeenkanteling en circulatiestoornissen) kunt u helpen door voedingssupplementen te geven. Geef weinig granen, zorg voor een aangepast beslag, beweeg vooral op zachte bodem en raadpleeg bij twijfel altijd de dierenarts.