REGELEMENTEN

 

We hebben een paar algemene regelementen op een rijtje gezet, voor het volledige regelementen zal u de regelboeken bij de organisatie aan moeten vragen. En bij de ene of de andere organisatie kan dit nog weleens verschillen.


DEELNEMERSCATEGORIEËEN 

ALGEMEEN

Iedere ruiter is ingedeeld in één van de volgende categoriën:
* Beginners
* Gevorderde Beginners
* Amateurs
* Professionals
Iedere ruiter is zelf verantwoordelijk voor z'n plaatsing in de juiste groep.

De minimum leeftijd voor deelname van een ruiter aan een wedstrijd is 10 jaar te rekenen op 1 januari van het lopende jaar.
Het voor- of uitbrengen van hengsten is uitsluitend toegestaan aan deelnemers die op 1 januari van het lopende jaar een leeftijd
van 18 jaar of ouder hebben.

De beginnerklasse zijn slechts 4-jarige en oudere paarden startgerechtigd.
Van onderdelen in de beginnerklasse worden geen punten bijgehouden.

Professionals: personen, inclusief jeugdigen, die paarden en/of ruiters direct of indirect tegen financiële beloning of in natura
africhten, trainen of corrigeren. Hieronder worden ook verstaan: personen die eigenaar, manager of tijdelijk of permanent personeel
zijn van een organisatie die zich met dergelijke activiteiten bezighoudt, dan wel zich als zodanig presenteren, en personen die erkend
jurylid zijn van een paardensportorganisatie.
Amateurs: personen die geen paarden en/of ruiters africhten, trainen of corrigeren, of daarvoor niet meer dan een bepaalde
vergoeding ontvangen.
Beginners: amateurs die nog niet voldoende wedstrijdpunten hebben verdiend om de amateurstatus te verkrijgen.
Het is Beginners niet toegestaan andere ruiters instructie te geven. 

Onder een eigen paard wordt verstaan: een paard dat op naam van de deelnemer staat, op naam van een familielid in de 1e graad
van de deelnemer staat, of waarvan de deelnemer het exclusieve gebruiksrecht heeft middels een leasecontract van tenminste
6 maanden. Een paard dat op naam van een bedrijf, maatschap, rechtspersoon, of op meerdere namen staat wordt niet aangemerkt
als een “eigen paard”.
In de beginnersklasse wordt tevens als “eigen paard” aangemerkt een paard dat noch in het huidige, noch in het voorgaande jaar
geplaatst is geweest in enig onderdeel in de Amateur en/of Open klasse erkend door een westerngeorienteerde organisatie
(WRAN, EWU, AQHA, ApHC, NRHA, FEWI, etc).

UITRUSTING

In alle onderdelen is bindend voorgeschreven passende westernkleding te dragen. Daartoe behoren een westernhoed
(evt. voorzien van veiligheidscap), westernlaarzen en een hoog gesloten overhemd (evt. met pullover) met lange mouwen.
Bij het betreden van de westrijd- en inrijarena moeten hoed en startnummers gedragen worden.
In de beginnersklasse is het toegestaan om een veiligheidshelm te dragen in plaats van een hoed.

De volgende optoming is toegestaan:
* 3, 4 en 5 jarige paarden in "Junioren” onderdelen: Snafflebit of hackamore; tweehandige teugelvoering
* 3, 4 en 5 jarige paarden in andere onderdelen: Snafflebit of hackamore; tweehandige teugelvoering; òf: Bit; éénhandige teugelvoering
* 6 jarige paarden en ouder: Bit; éénhandige teugelvoering

Bij "tweehandige teugelvoering" wordt aanbevolen beide teugels d.m.v. een zogenaamde "teugelbrug" door beide handen te voeren.
Omdat de bewegingsvrijheid van de handen kleiner is en daarmee de moeilijkheidsgraad groter, zullen ruiters die dit advies opvolgen
bij gelijke prestatie hoger gewaardeerd worden.

In de beginnersklasse is het toegestaan om alle paarden (dus ook de 6 jarige en oudere paarden) uit te brengen met Snafflebit of
Hackamore en tweehandige teugelvoering. Indien de deelnemer kiest voor een bit, dan is éénhandige teugelvoering verplicht.

De discipline Cutting wordt volgens de NCHA-regels gejureerd. Dus: 3 jarigen en oudere paarden moeten éénhandig op een bit
worden uitgebracht.

Hackamore: bosal van ruw of bewerkt leer of gevlochten touw bedoeld. Dus geen mechanische hackamore.
Romal: verlenging van de teugels uit gevlochten materiaal. Mag in de vrije hand gehouden worden, met minimaal 40 cm afstand
van de teugelhand. Mag niet gebruikt worden om het paard signalen te geven. Er mag geen vinger tussen de teugels gehouden worden.
Split reins: 1 vinger tussen de teugels is toegestaan, als deze in verbinding staat met een bit.
Snaffle bit: Een zacht glad metalen bit met gebroken mondstuk. Kinriem (leer of nylon) en splitreins zijn verplicht.
Bit: een stang of trens met scharen (shanks)

In alle rij-onderdelen moet een westernzadel met knop gebruikt worden.

Extra toegestane uitrusting: sporen met wielen , chaps , hobbles (aan het zadel bevestigd) ,
rope/riata (opgerold aan het zadel bevestigd), tapaderos (niet toegestaan bij  Working Cowhorse) .

Verboden uitrusting: hoofdstellen van (ijzer)draad, onverschillig met welke bekleding , kinriemen/kettingen smaller dan
1,3 cm en/of te strak aangesnoerd , martingaal, tie-down en slofteugel , neusbanden , dubbele beteugeling/dubbele bitten, zwepen,
sporen zonder wielen .

Bandages en beenbeschermers niet toegestaan in de disciplines: western pleasure, western riding, western horseman-ship en
showmanship at halter, trail in de klassen Open en Amateurs.

ALGEMENE RIJBEPALINGEN EN DISCIPLINES

Om de toelating van paarden om aan wedstrijden deel te nemen vast te stellen, begint het levensjaar van het paard op 1 januari
van het geboortejaar.
Een paard is een veulen in het jaar van zijn geboorte en een jaarling in het jaar volgend op het geboortejaar, ongeacht wanneer
in het jaar het paard geboren is.
Voorbeeld: een paard dat ergens in 1999 geboren is wordt op 1 januari 2000 een jaarling, op 1 januari 2001 een tweejarige, op
1 januari
2002 een driejarige en op 1 januari 2003 een vierjarige.

Driejarige paarden mogen voor het eerst op een wedstrijd uitkomen na 31 maart van het jaar waarin zij 3 jaar worden en zij mogen
maximaal 3 maal starten per wedstrijd en maximaal 2 maal starten per wedstrijddag.

In alle wedstrijdonderdelen worden de combinaties alleen naar hun prestaties in de desbetreffende discipline beoordeeld.
Een deelnemer kan met één of meerdere paarden in een onderdeel starten, een paard mag slechts één ruiter per onderdeel hebben.

Bij ieder onderdeel kan de jury de verwijdering van een gedeelte van de uitrusting verlangen als hij van mening is, dat deze
het paard of ruiter een onsportief voordeel verschaffen of dat hij dit voor het paard niet humaan houdt.
Het staat de jury vrij paarden met een te smalle kinketting of kinriem, bloedende monden en andere verwondingen te diskwalificeren.
De jury kan overleggen met de dierenarts.

Tijdens een onderdeel mag de ruiter het paard en/of het zadel met de handen niet aanraken.

De teugelhand mag niet gewisseld worden. Wisselen mag uitsluitend in de discipline Trail indien de hindernis dit vereist
of in het parcours is voorgeschreven. Het wisselen van de teugelhand dient in dat geval direct voor en direct na de hindernis
duidelijk te gebeuren. In Western Riding en Versatile Horse is een handwissel niet toegestaan.

Sporen en romal mogen niet vóór de singel gebruikt worden.


De volgende uitdrukkingen gelden voor alle western riding disciplines waar deze gangen zich ook voordoen.

Walk: natuurlijke, vlakke gang met zuivere 4-takt. Het paard beweegt zich bij de "walk" heel recht, is oplettend en heeft
een stapgrootte, die past bij zijn grootte en exterieur.
Jog-trot: een soepele, ruime diagonale gang in 2-takt. De volledige gelijkschakeling der diagonale ledematen brengt deze
zuivere 2-takt teweeg. De "jog-trot" is tweezijdig evenwichtig, met rechte in grote passen gaande voorwaartse beweging.
Paarden die met achterhand stappen en met de voorhand draven, voldoen niet aan de voorwaarden voor deze manier van gaan.
Wanneer gevraagd wordt de "jog" te versnellen (extended jog) dan moet deze met gelijk blijvende soepelheid van de manier van gaan
hieruit voortvloeien (middendraf, die de ruiter opwerpt, is derhalve ongewenst).
Lope: een lichte ritmische loopwijze in 3-takt. Paarden die zich linksom bewegen gaan in de linker galop. Rechtsom galoppeert
men in de rechter galop. Paarden die in viertakt galopperen voldoen niet aan de voorwaarden van deze loopwijze.
De bewegingen van het paard zijn natuurlijk en volledig ontspannen. Ze geven iemand het gevoel van soepelheid.
De snelheid moet aangepast zijn aan zijn natuurlijke manier van gaan en mag er niet gekunsteld uitzien.

De jury controleert alle deelnemende paarden op onregelmatigheid. Duidelijke onregelmatigheid is reden voor diskwalificatie.
Duidelijke onregelmatigheid is:
* Doorlopend zichtbaar in een draf onder alle omstandigheden;
* Knikkende, hinkelende of verkorte pas
* Minimaal gewicht dragend in beweging en/of in stand, of niet in staat te bewegen