Tandverzorging en paardentandarts



Hoe kan je merken dat je paard gebits problemen heeft:
-Conditieverlies en vermagering
-Door de uiterst scherpe en pijnlijke haakjes, zal het paard slechter gaan kauwen, waardoor conditieverlies en vermagering optreedt.
-Voerverlies, slechte vertering en koliek.
-Door niet goed te kunnen kauwen worden proppen gevormd, voer gemorst en het voer slecht gemalen. Gevolg: het optimale resultaat wordt niet uit het voer gehaald en er is meer kans op koliek.
-Het paard zal minder goed te rijden zijn.
Door de pijnlijke beweging in de mond, zal het paard zo min mogelijk kauwen op het bit. Ook schudden met het hoofd, slecht aan de teugel gaan, vastzetten van het bit zijn signalen van problemen in de mond.
-Abnormaal gedrag en bewegingen.
-Angst om het hoofdstel aan te krijgen, tong uit de mond steken, vluchtgedrag,
-Overbelasting en slijtage kaakgewricht.
Door afwijkende verdeling van de druk over tanden, kiezen en kaakgewrichten, kunnen de kaakgewrichten overmatig belast worden, waardoor op den duur artrose in het kaakgewricht ontstaat.



De controle of voorafgaande handelingen:
-Kennis maken met het paard
-Het hoofd en de kaak van het paard controleren op bulten, zwellingen etc.
-Gevoeligheid van het kaakgewricht testen
-Kijken naar de conditie van het paard
-Kijken hoe het paard eet
-Kijken naar de beweging van de onderkaak ten opzichte van de bovenkaak

Een aantal handelingen bij het gebit:
-Verwijderen van wolfskiezen
-Verwijderen van gebroken of rotte kiezen in overleg met de dierenarts en de eigenaar
-Haaktanden inkorten of afronden
-Snijtanden vijlen of slijpen
-Tandsteen weghalen

Wat voor voorwerpen gebruiken tandartsen:
Een mondklem, die het mogelijk maakt om veilig het gebit te voelen en te behandelen.
Een spuit om de mond mee te spoelen.
Een aantal vijlen voor het boven en onder gebit.
Een tandsteen verwijderaar
Een stalen emmer met een borstel om alles schoon te maken.
En een fles met ontsmettingsmiddel, om de voorwerpen te reinigen en te ontsmetten.


De voordelen van het regelmatig laten verzorgen van het paardengebit zijn:
Hij zal makkelijker en zonder pijn kunnen eten.
Hij zal niet meer knoeien met zijn voer.
Hij zal geen proppen meer maken.
Hij heeft geen last meer van haken die in zijn wang prikken.
Hij kan zijn voer beter verteren en benutten.
Hij zal minder snel last hebben van koliek.

Ook de eigenaar kan het merken:
Meer plezier met rijden.
Minder voer verspilling.
Minder tot geen ergernis over het eetgedrag van het paard.
Het voer word beter benut.




Het gebit
Het paard heeft twee soorten de tanden. Ten eerste de kiezen, waar hij mee kan malen en ten tweede de snijtanden, waar hij mee kan bijten en het gras kan afsnijden.

De kiezen.
Het paard heeft in het totaal 24 kiezen. In iedere kaak 12 en 6 aan elke kant.
Het melkgebit heeft 12 kiezen. In iedere kaak 6 en 3 aan elke kant.

De snijtanden.
Het paard heeft 12 snijtanden. In iedere kaak zitten er 6.
De melksnijtanden vallen uit als deze worden gewisseld.

Haaktanden.
Het volwassen mannelijke paard heeft haaktanden. Deze zitten tussen de snijtanden en de kiezen in. In het totaal heeft het paard er 4. Ze komen gewoonlijk niet voor bij merries en komen door als het paard 3,5 tot 4 jaar zijn. Deze tanden zijn volledig ontwikkeld op een leeftijd van 4,5 tot 5 jaar.

Wolfstanden.
Wolfstanden zijn kiesjes met weinig wortel die regelmatig voorkomen in de bovenkaak van het paard. Deze kiesjes zitten net voor de gewone kiezen. Deze kiesjes komen in de eerste 6 levensmaanden van het paard door en vallen meestal uit met het wisselen van de melkkiezen. Als deze kiesjes niet uitvallen, kunnen ze voor veel problemen gaan zorgen met het bit. Dit zal altijd tegen deze kiesjes aan komen. De kiesjes zelf hebben geen functie, maar zijn overblijfselen van de voorouders van onze paarden.
Wolftanden die blijven zitten, kunnen dus beter verwijderd worden door een paardentandarts of veearts.

Tandvlees.
Naar mate het paard ouder wordt, trekt het tandvlees zich terug. Doordat het tandvlees zich aan de voorkant sneller terugtrekt dan aan de achterkant, komen de tanden van het paard steeds schever in de kaak te staan.

Leeftijd en tanden.

1. Bij de geboorte: de 2 binnensnijtanden kunnen er al zijn, zowel in de boven- als in de onderkaak. Zijn deze bij de geboorte niet aanwezig, dan komen ze 7 tot 10 dagen na de geboorte door. De melkkiezen (in het totaal 12, 6 boven en 6 onder, 3 aan iedere kant) zitten in de kaken.

2. Bij twee maanden: de middensnijtanden komen door.

3. Bij zes maanden: de buitensnijtanden komen door.

4. Met 1 jaar: alle tanden zijn door, maar de buitentanden lijken wat fragiel. Er zijn 4 permanente kiezen doorgekomen, 1 aan iedere kant, naast de melkkiezen.

5. Met twee jaar: De holtes uit de snijtanden zijn verdwenen. Er is aan iedere kant nog een permanente kies bijgekomen, dus zijn er aan elke kant drie melkkiezen en twee permanente kiezen te zien.

6. Met 2,5 jaar: de permanente binnensnijtanden komen door.

7. Met 3 jaar: de permanente binnensnijtanden zijn volledig ontwikkeld. De eerste twee kiezen worden gewisseld.

8. Met 3,5 jaar: de permanente middensnijtanden komen door.

9. Met 4 jaar: de permanente middensnijtanden zijn volledig ontwikkeld.

10. Met 4,5 jaar: de permanente buitensnijtanden komen door. De laatste twee permanente kiezen komen door.

11. Met 5 jaar: de binnen en middensnijtanden worden volledig gebruikt en raken 'gevuld'. De buitensnijtanden komen goed omhoog. Tussen het vierde en vijfde levensjaar komen bij de mannelijke paarden de haaktanden door.

12. Met 6 jaar: de buitensnijtanden zijn nu ook volledig in gebruik en gevuld. Het tandsterretje kan zichtbaar worden op de binnensnijtanden. Dit betekent dat de tand al zover is afgesleten dat de bovenkant van de wortelholte zichtbaar wordt.

13. Met 7 jaar: de kroonholte van de binnenste en middelste snijtanden is verdwenen. Er komt een haak aan de buitenste snijtanden van de bovenkaak.

14. Met 8 jaar: de haak is weer weggesleten. De kroonholte is bij alle tanden verdwenen. Het tandsterretje (wortelholte) is duidelijk zichtbaar in de binnensnijtanden.

15. Met 9 jaar: het tandsterretje (wortelholte) is nu ook zichtbaar in de middensnijtanden.

16. Van 10 tot 12 jaar: het tandsterretje is nu zichtbaar in alle snijtanden.

17. Van 0 tot 7 jaar: de kauwvlakken zijn ovaal van vorm.
Van 9 tot 13 jaar: de kauwvlakken zijn rond van vorm.
Vanaf 13 jaar: de kauwvlakken worden steeds driehoekiger en hebben een tandsterretje in het midden


foto's: members.lycos.nl/libertyfan/studies12.html, www.marcelmichielsen.nl, www.paardenshows.nl