Voeding

Na een aantal voedingstopics op het forum, hebben we alles maar eens op een rijtje gezet. Nog een aantal toevoegingen gedaan, zodat iedereen zelf aan de slag kan, met uitzoeken of het voer dat gegeven wordt wel voldoet aan de behoeften van het paard.

Noot: Geen paard is hetzelfde, dus geen paard zal dezelfde voerbehoeften hebben.

Hooi Gedroogd gras, door drogen is het langer houdbaar (ongeveer 1,5 jaar). De hoeveelheid energie kan variëren. De kwaliteit hangt af van de graskwaliteit, maaitijdstip en droogproces. Tijdens het drogen en bewaren gaan een deel van de vitamines verloren.
Kuilgras Nat gras, dat door fermentatie geconserveerd wordt. Fermentatie: proces waarbij bacteriën met behulp van zuurstof voedingstoffen afbreken. Teveel fermentatie lijdt tot broei en verzuring en is schadelijk.
Kuilgras is luchtdicht verpakt en moet na openen binnen 3-5 dagen opgevoerd worden. Drogestofgehalte moet voor paarden 55-65% zijn. Het bevat meestal meer energie en eiwit dan hooi maar is niet altijd even structuurrijk
Stro Veel structuur en geeft afleiding. Stro bevat ongeveer de helft van de energie van hooi en kuilgras.
Stro wordt in de blinde- en dikke darm erg langzaam afgebroken en kan een verstopping veroorzaken.
Ook stof kan bij stro een probleem zijn. Stro kan dus niet echt gezien worden als voer.
Bevat 276 gram VEP en 8 gram VREp per kg droge stof.
Luzerne Vlinderbloemige plant die zeer rijk is aan eiwit, en heeft een hoger caroteengehalte en een lagere vitamine D gehalte dan grashooi. Het is erg smakelijk en wordt dan ook vaak als grondstof in krachtvoer gebruikt.
Het bevat veel Calcium en weinig fosfor. Dus een ongunstige verhouding voor paarden. Dit kan opgelost worden door in het dieet andere voedingsmiddelen te geven die deze verhouding juist andersom hebben (bv. granen/zemelen).
De meeste merken luzerne worden gemengd met melasse.
Snijmais Zeer energierijk, maar eiwitarm en weinig vitaminen en mineralen. Zeer eenzijdig. Voor volwassen paarden kan dit een goedkope energie-leverancier zijn, maar voor jonge paarden dus niet geschikt.
Het zetmeel in de maiskorrels is enigzins ontsloten en daardoor redelijk in de dunne darm te verteren.
Bietenpulp Bevat veel gemakkelijk te verteren vezels, levert veel energie. Ideaal voor endurancepaarden of paarden die dikker moeten worden.
Bietenpulp bevat veel calcium en weinig fosfor. Dit kun je weer compenseren door granen of zemelen bij te geven.
Wortelen Goede bron van oplosbare koolhydraten, water en vitaminen. Net als voederbieten een gezond tussendoortje. Niet teveel geven vanwege hoog suiker-en Beta Caroteen gehalte (nier/leverproblemen)
Maximaal 1 emmer per dag.
Water Een paard moet altijd vers water tot zijn beschikking hebben. Het is belangrijk voor de vertering. Weer, soort en hoeveelheid voer hebben invloed op het drinkgedrag. Gemiddelde wateropname 25-30 liter per dag voor een groot paard.
Haver Veel suiker, zetmeel, ruwe celstof. Door de ruwe celstof is de energiewaarde lager dan bij andere granen.
Gerst Heeft hogere energiewaarde dan haver. Het zetmeel heeft een andere structuur en is daardoor langzamer verteerbaar.
Gerst wordt steeds meer gebruikt in paardenvoer.
Tarwe Bevat veel zetmeel, hierdoor is de energiewaarde heel hoog. Pure tarwe is niet goed voor paarden, maar in combinatie met andere granen kan het wel gegeven worden.
Mais 70% zetmeel. Deze zetmeel is voor paarden moeilijk te verteren. Hierdoor is er gevaar voor koliek.
Lijnzaad Bevat veel olie. Zorgt voor een glanzende vacht en kan laxerend werken.
Lijnzaad altijd koken, want het bevat giftig blauwzuur.
Olie Goede bron van energie. Alleen plantaardige oliën zijn geschikt voor paarden. v. zonnebloemolie, soya-olie, olie van zaden.
Melasse een product dat overblijft bij de bereiding van suiker. Het bevat nog een groot deel suiker. Melasse bevat verder nog mineralen en andere stoffen afkomstig uit de suikerbiet of het suikerriet.


Droge stof gehaltes gras/hooi
5 kg vers gras = 1 kg droge stof
5 kg kuilgras = 3 kg droge stof
5 kg hooi = 4 kg droge stof

Gedroogde pulpbrokken in water weken! 4 delen water op 1 deel brok. De brokken moeten volledig oplossen. Anders heb je kans op slokdarmverstopping en koliek.

Ontsluiting van graan wil zeggen dat de graankorrel wordt opengebroken (d.m.v. pletten, malen) er zit geen verschil tussen ontsloten en niet ontsloten granen bij vertering (uitgezonderd mais, de hele maiskorrel wordt niet goed in de dunne darm verteerd).

De kwaliteit van eiwit heeft te maken met de samenstelling van aminozuren in het eiwit. Deze aminozuren zijn de bouwstenen van het eiwit en dus ook van spieren. De eiwitten in het voer moeten eigenlijk dezelfde samenstelling hebben als de eiwitten waar de spier uit opgebouwd is. De aminozuren die als eerste de eiwt-opbouw kunnen beperken zijn lysine en methionine.
De fabrikant kan deze aminozuren in het voer verhogen door bijvoorbeeld extra sojaschroot of melkpoeder in de brok op te nemen.
Van oude paarden is bekend dat ze wel 2 x zoveel eiwit mogen hebben, omdat ze maar ongeveer de helft opnemen.

Energiegehalte kan verhoogd worden door zetmeelrijke producten te gebruiken (mais, gerst) of door het vetgehalte te verhogen (lijnzaad, plantaardige olie)Voor ruwvoeders wordt aangenomen dat een paard maximaal 2% van het lichaamsgewicht aan droge stof op kan. een paard van 600 kilo kan dus 12 kilo droge-stof hooi opnemen. met een gemiddelde droge-stofgehalte in hooi van ongeveer 85% betekent dit dus ca. 15 kg hooi (een kleine baal).
Voor een optimale dikke-darm functie wordt geadviseerd om minimaal 50-75% van de energiebehoefte in ruwvoer of hooi te geven. Hoe meer de darmen in werking zijn, des te minder koud heeft het paard. Darmwerking is eigenlijk een kacheltje.

Calcium fosfor verhouding:
Fosfor is nodig om calcium om te zetten naar opneembare stof. Fosfor heeft minimaal net zoveel calcium nodig om zijn werk te doen, daarom is het erg belangrijk dat je MEER calcium dan fosfor geeft. Als de verhouding 1:1 is, heeft fosfor al het calcium nodig voor zijn eigen taak, en wordt er geen calcium opgenomen in de darmen van het paard.
Daarom is de verhouding belangrijk. Een teveel aan calcium (meer dan 5:1 t.o.v. fosfor) is een teveel aan opname van calcium, dat overtollige calcium kan zich afzetten op de botten en op deze manier OCD teweegbrengen.
Voor jonge, groeiende paarden wordt een verhouding tussen calcium en fosfor geadviseerd van maximaal 3:1
Zowel luzerne als granen bevatten weinig vitamine D.
Vitamine D is noodzakelijk voor een goede calciumabsorptie.

Voer Calcium Fosfor
Haver 1,2 gram 3,4 gram
Gerst 0,7 gram 3,7 gram
Zemelen 1,5 gram 12,1 gram
Voederbieten 2,3 gram 2,2 gram
Pulp 7,5 gram 0,8gram
Snijmaïs 3,0 gram 2,0 gram
Kuilgras 5,6 gram 3,5 gram
Luzerne 14,0 gram 2,5 gram
Grashooi 5,5 gram 3,5 gram
Weidegras 5,6 gram 4,2 gram

Een volwassen paard van 600 kilo heeft per dag nodig:

VEP 4800 gram
VREp 356 gram
Calcium 27 gram
Fosfor in verhouding dus ongeveer 10- 15 gram
Vitamine B 5-8 mg per 100 kilo paard
Vitamine E 160 mg per 100 kilo paard
Vitamine A 5.000 IE per 100 kilo paard
Vitamine D 1.600 IE per 100 kilo paard
Magnesium 5,5 gram
Selenium maximaal 1,5 gram
Hooi 1 kilo droge stof per 100 kilo paard.

VEP staat voor energie
VREp is Verteerbaar Ruw Eiwit Paard


Voor opgroeiende veulens is het belangrijk dat calcium op 35 gram zit (3:1), de VEP ook op 4800 gram en de VREp op 625 gram!

Gemiddelde aan hooi per kilo droge stof is:
VEP 624 gram, VREp 90 gram, Calcium 3,9 gram, fosfor 2,3 gram, vitamine E 113 mg/k, vitamine D 540 IE

Biotine (Vit. H) Vetgebruik, huid, hoeven, spiercellen, bloedsuikerspiegel.
Calcium Botten, gebit, zenuwen, bloedstolling, spieren.
Chloride Zuren-basen evenwicht, maagzuur, ontgifting.
Choline Vetgebruik, lever, galblaas, zenuwen.
Fluor Botten, gebit, vruchtbaarheid, groei.
Foliumzuur Eiwitstofwisseling, rode bloedlichaampjes, celkernen.
Fosfor Stofwisseling van de cellen, celenergie, gespierdheid, botten, tanden, nierfuncties, zenuwreactie, hersencellen.
Jodium Celenergie, vetverbranding, vitaliteit.
Kalium Vochthuishouding, zenuwreactie, groei, ontgifting van de hersenen.
Koper Benutten van ijzer, enzymen, kleur van de huid
Magnesium Immuniteit, vorming van enzymen, zenuwen.
Mangaan Vorming van enzymen, benutten van vitaminen en vet.
Myo-Inositol Zenuwen, Huid, vertering, beenmerg, spieren
Natrium Vochthuishouding, zuren-basen evenwicht.
Niacine Bloedsomloop, vet-, stofwisseling van eiwit- en koolhydraten.
Selenium Immuniteit, groei, zuurstofvoorziening, gezichtsvermogen
Vitamine A Slijmvlies, ogen, bloed, spijsverteringssappen, celkernen.
Vitamine B1 Zenuwen, groei, darmwerking.
Vitamine B2 Stofwisseling van vet-, eiwit- en koolhydraten, ademen van de cellen.
Vitamine B6 Eiwitstofwisseling, rode bloedlichaampjes, afweersysteem.
Vitamine B12 Zenuwen, stofwisseling van vet-, eiwit- en koolhydraten.
Vitamine C Immuniteit, vorming van hormonen, bindweefsel, calcium en ijzer stofwisseling, herstel van wonden.
Vitamine D Botten, tanden, zenuwen, hartspier, doorbloeding.
Vitamine E Immuniteit van de cellen, hartspier, doorbloeding.
Vitamine K Stollen van het bloed, opbouw van botten.
IJzer Aanmaak van bloedkleurstof, zuurstof transport, ademen van de cellen.
Zink Enzymen, bindweefsel, koolhydraten stofwisseling, immuniteit.

Eetgedrag:

Een paard in het wild is per etmaal ongeveer 14-16 uur bezig met eten. Opgedeeld in eten (3 tot 4 uur) en rusten en weer eten en weer rusten, etc.

Paarden eten in kleine hoeveelheden, letterlijk dag en nacht. Ze zoeken naar structuurrijk voer, en bewegen veel tijdens het eten. In het wild leggen ze grote afstanden af op zoek naar voer. Een paard in de stal besteed veel minder tijd aan eten dan een paard in de wei

Hooi kun je het beste van de grond voeren. Vanuit een ruif komen stof en zaden makkelijk in de ogen en luchtwegen van het paard.
Krijgt je paard last van een stof/zaden-allergie (te zien aan hoesten met wit of geel slijm), maak het hooi dan nat. Of geef kuilgras.
Hooi natmaken, door ongeveer 10 minuten onder te dompelen, niet te lang in water laten staan, dan gaan de voedingsstoffen verloren.

 

foto's: www.wikimedia.org, www.hagranop.nl, www.equiral.nl