"Westernzadels. Te pas en te onpas….

Van: Louis van Kerkhoff
Vaquero Westernzadels.

Thema nummer 1.
Als er één thema bij western- en vrije tijd ruiters een regelmatig wederkerende is, dan is dat wel het thema “passende westernzadels”.

Of (helaas) beter gezegd; “niet passende westernzadels”. Het is niet zo verwonderlijk, dat er zo veel problemen met de pasvorm van westernzadels zijn, als je ziet hoe westernzadels op het paard komen.

Voordat ik dieper in ga op het passen van westernzadels, eerst een aantal punten die hiermee in direct verband staan. Verder is het van belang enig inzicht te hebben in de opbouw van westernzadels.

Noord-Amerika versus Europa.
In de Noord-Amerika zie je dat de meeste paarden onder westernzadels, de bekende “westernrassen” zijn. Er zijn zelfs ranches waar selectief wordt gefokt voor het “eigen” gebruik, met als bijkomend voordeel gelijke lichamelijke kenmerken.
De geringe noodzaak van verschillende maten, blijkt wel uit het feit dat de firma Ralide (grootste producent van kunststof bomen, met een markt aandeel van 60%) eigenlijk maar 4 verschillende maten levert.

In Europa echter, kun je zo’n beetje ieder ras onder westernzadels vinden. De verscheidenheid is veel groter en daarmee de noodzaak van verschillende maten.
 

Variatie in aanbod.
De beperkte variatie aan bomen (die de pasvorm van westernzadels bepalen) in westernzadels uit de USA en het feit dat de importeurs liever geen uitzonderlijke maten willen voeren (ze krijgen ze vaak niet verkocht), heeft er toe bijgedragen, dat er in Europa een afvlakking is ontstaan in de beschikbare maten van westernzadels.

De anatomie van een westernzadel.
De vader van ons westernzadel komt, net als het “western” rijden, uit Spanje en is al ruim 250 jaar oud. In die tijd is er, qua constructie, niet zo veel veranderd. Het binnenwerk, de boom (tree), is veelal van hout, omwikkeld met rawhide, of (de moderne versie) van kunststof.

De boom is van boven bekleed met tuigleer en vormt zo o.a. de zit. Onder aan de tree zitten, in de lengte richting van het paard, de twee bars. Dit zijn als het ware 2 plankjes, die aan weerzijden van de ruggengraat van het paard liggen. Onder de bars zitten ten slotte de skirts.

In tegenstelling tot het Engelse zadel, rust een westernzadel niet met kussens op de rug van het paard, maar d.m.v. de skirts. Bij goede westernzadels zijn de skirts bekleed met een echte schapenvacht, maar bij de meeste westernzadels, ook de betere merken, is de bekleding vaak niet meer dan een “fleeze”. Dit maakt het gebruik van een dik westernpad, tot een absolute noodzaak.

Door de skirts ligt een westernzadel een beetje over het paard, terwijl een Engels zadel op het paard ligt. Het ontbreken van kussen en de ligging over het paard zijn tevens de redenen, waarom de pasvorm van een westernzadel nog kritischer is dan bij een Engels zadel.

Hoe het niet moet.
Uit het voorgaande mag het duidelijk zijn, dat bij de aanschaf van een westernzadel, het vaststellen van de juiste pasvorm een absolute noodzaak is. Het is algemeen bekend dat niet juist passende westernzadel allerlei problemen in de bewegingsafloop van paarden kunnen veroorzaken, met alle nare gevolgen van dien. Kreupelheid, rugblessures, brandblaren op de schoft en werkweigering zijn daar enkele voorbeelden van.

Zonder paard…..
Er zijn nog al wat shops, die op indicatie van ras en stokmaat een westernzadel verkopen, zonder dat daar een paard bij aan te pas komt.

Vaak relateert de verkoper daarbij de pasvorm aan het type boom dat in het westernzadel zit, in combinatie met het ras van het paard. Zo in de trend van: “....in dit westernzadel zit een full-quarter boom en die zal perfect op uw Quarter Horse passen....”. Buiten het feit dat -ook- de ene Quarter niet de andere is (wij hebben 5 Quarters onder 3 verschillende bomen) zijn de type classificaties van bomen niet gestandaardiseerd. Wat bij merk A een full-quarter boom is, kan bij merk B een half-quarter boom zijn.

Het resultaat van een dergelijke actie mag duidelijk zijn: de kans op een juiste pasvorm zal niet veel verschillen van de kans aan de roulettetafel.

Met paard…..
Meestal gaat het passen met paard als volgt:

Een bestelbus vol zadels komt aan stal en het op en af nemen van westernzadels neemt een aanvang. Naast allerlei controle stappen, wordt daarbij steevast een hand onder ieder zadel geschoven en geeft men een oordeel.

De grote vraag hierbij is, wat men met dat “handje” denkt te bereiken. Buiten het feit dat er nergens staat beschreven wat er “te voelen” is, zijn er ook geen indicaties van wat nu wel en niet goed is. Nog belangrijker is, dat men veelal niet eens de juiste contouren kan voelen.

Want wat is het geval?
Bij een nieuw westernzadel, is het tuigleer nog zeer stug. Hierdoor zijn de skirts nog niet om de bar gevormd. Ze staan nog recht en zijn nog erg stijf. En dus voelt men niet de pasvorm van de bars (die de pasvorm bepalen) maar die van de skirts.

Dit is ook de reden, waarom de pasvorm problemen vaak pas na een jaar naar boven komen. Het westernzadel is dan ingereden en de skirts hebben dan hun juiste vorm om de bars aangenomen.

Hoewel je bij deze manier van passen vaak aardig in de buurt kan komen en er zeker goede resultaten zijn, is de factor geluk een hele grote en is de kans op een verkeerd oordeel erg groot.

Hoe dan wel?
Eigenlijk is het bepalen van de juiste maat niet zo´n moeilijke opgave. Het paard dient eerst opgemeten te worden. Dit “inmeten” kan met een meetinstrument of met een mallenhouder of met een zgn. template-wire. Op basis van de meetresultaten kan vervolgens bepaald worden welke van de westernzadels met een correct passende boom zijn uitgevoerd.

De westernshop.
Het grote probleem voor de verkoper in de westernshop zit hem in het feit, dat hij vaak niet weet welke maten bomen er in zijn westernzadels zitten.

Zoals al eerder aangegeven is dat veelal niet mogelijk, omdat zelfs binnen één merk, bomen van verschillende leveranciers gebruikt kunnen worden en die verschillen allemaal van maatvoering.

De westernzadelmaker.
De westernzadelmaker heeft het m.b.t. het bepalen van de juiste maat van de boom veel makkelijker. Nadat hij de maten van het paard genomen heeft, maakt hij daarvan meestal contra-mallen, die hij vervolgens vergelijkt met de bomen, die hij nog “kaal” op voorraad heeft.

Van het westernzadels dat hij eventueel “op voorraad” gemaakt heeft, weet hij exact welke boom er in zit en kan hij dus heel eenvoudig bepalen of het zadel wel of niet past. Constateert hij dat hij te maken heeft met een paard dat niet onder een standaard boom past –en dat komt veel voor- geeft hij de maten door aan de treemaker, die vervolgens een boom op maat maakt.

Sommige zadelmakers sturen voor ieder zadel de maten door aan de treemaker, om zo perfect werk af te leveren, zonder dat ze tientallen bomen op voorraad moeten houden.

Dit past ook in de werkwijze van de zadelmaker omdat hij meestal aan “stuks” productie doet en niet aan lopende band werk.

Bij de zadelmaker komt het zadel ook niet op het paard om te kijken of het zadel past, maar om het –passende- zadel af te leveren aan de klant.

Resumé.
Het passen van een westernzadel is net zo kritisch als het passen van een paar goede wandelschoenen voor de Nijmeegse vierdaagse. Als je daar net zo naïef mee om gaat, als vele ruiters bij het selecteren van een westernzadel, is de kans groot dat je na 25 km wordt verzorgd door een aardige dame van het Rode Kruis.

De wandelaar had de keuze, het paard niet.