Westernzadels -> Pasvorm

Door Louis van Kerkhoff

Referenties.
Ik pretendeer zeker niet de “uitvinder” te zijn van de stellingen en inzichten die ik hanteer. Sterker: 98% van wat ik hier schrijf is gebaseerd op informatie en studies die voor iedereen beschikbaar zijn.
Mijn belangrijkste bronnen zijn:
- Saddles – by Russel H. Beatie – University of Oklahoma Press – ISBN 0 – 8061-1584-X
- Saddlemaking – by Dusty Johnson – Loveland Colorado - ISBN 0-9639164-0-8
- Horseman’s Handbook of Western Saddles – by Richard Sherer – Franktown Colorado – ISBN 0-9620418-0-7
- Western Horseman – Monthly Magazine – USA

De pasvorm.
Om maar meteen met de deur in huis te vallen: 20% van de paarden in Nederland loopt onder een niet correct passend westernzadel. Niet alleen is de 20% aan niet passende westernzadels erg hoog, maar ook in de overige 80% schuilt nog een naar bijverschijnsel. Namelijk, de vraag hoe die 80% score tot stand is gekomen. Want zeker de helft daarvan is het gevolg van een gelukstreffer. M.a.w. de ruiter en in veel hogere mate het paard, hebben gewoon geluk gehad tijdens het selectie proces, want van een correct onderbouwde selectie is in veel gevallen geen enkele sprake.

Moeilijk.
Waar wringt hier de schoen? Ruim 90% van de westernzadels worden compleet aangeboden. Ze komen uit een fabriek, waar westernzadels worden gemaakt. Niets mis mee. Sterker: een goed productie proces zal niet alleen de kostprijs sterk kunnen reduceren, maar ook een constante kwaliteit kunnen waarborgen. Het probleem zit echter in de selectie methode van een westernzadel. De moeilijkheid die hierbij speelt zal in dit hoofdstuk duidelijk worden.

Maat bepalen.
Maat bepalend voor een westernzadel is de boom die in het westernzadel zit.
In een artikel in “Western Horseman” (March 2003) schrijven 3 beroemde Amerikaanse zadelmakers en een dierenarts (specialisatie: zadels) het volgende: “The saddletree – the saddle’s frame – is critical to saddle fit. If the tree doesn’t fit the horse, neither will the saddle”.

Als je echter een compleet – gereed - westernzadel op een paard legt, is de pasvorm van de boom niet vast te stellen. Er zit zoveel leer omheen, dat je letterlijk door het leer de boom niet meer ziet. Veel zadelverkopers gaan vervolgens de fout in, door met het handje een “controle” uit te voeren. Helaas is het onmogelijk om zodoende de juiste contouren van de boom vast te stellen.
Ook de veel gebruikte methode van het hekwerk, dat als een vork over de rug van het paard gebogen wordt, om vervolgens, als controle instrument te dienen bij de selectie van een passend westernzadel, scoort zeer slecht. Je moet namelijk dat instrument exact op de juiste plaats in het zadel leggen (2 cm verschil kan al funest zijn) en het zadel zal ook dan niet de vorm van de boom weergeven, maar die van het dikke leer dat daar nog nieuw en stijf in zit.

Zadelmakers hebben het daar makkelijker. Zij weten exact welke boom er in hun zadels zitten en hebben daar ook nog een naakt exemplaar van op voorraad. En als ze een zadel voor een klant maken, selecteren zij een passende boom voor paard en ruiter en bouwen daarop vervolgens het zadel. Als zij geen passende boom hebben, komt het hekwerk om de hoek kijken. Met dat hekwerk wordt de juiste maat voor een boom voor het paard vastgelegd. Het hekwerk dient vervolgens als “mal” voor de bomen maker voor het maken van een passende boom. Overigens het enige juiste gebruik van het hekwerk.

Misvattingen.
Een westernzadels past altijd. Deze misvatting zal (en wil) ik niet verder van mijn visie voorzien, want hij is te dom voor woorden. Ik wil alleen kwijt, dat een westernzadel qua pasvorm nog kritischer is als een “Engels” zadel.

Er zijn veel mensen, die niet (willen) inzien dat de boom maatgevend is. “…er zit ook nog veel leer om die boom…” is een veel gehoord argument. De indruk, als zou er onder de bars (dat zijn de lengte dragers van de boom) dik leer zitten, is een grote misvatting. Op de plaats waar de bars in de skirts zitten, is het leer “slechts” 5mm dik. Bij “handmade” zadels zal deze 5 mm, exact om de bars liggen (blocking) , bij zadels uit de fabriek (daar past men geen blocking toe) duurt het ongeveer 6 maanden (intensief rijden) alvorens dat leer geheel om de bars ligt. M.a.w. boom plus 5 mm, is de maat van het zadel.
Een bijdrage tot deze misvatting leveren ook de skirts, de grote leerdelen onder het zadel, die op de rug van het paard liggen. De skirts bestaan aan de buitenste rand uit 2 lagen 5mm leer, die op elkaar gelijmd zijn. Als je niet beter weet, zou je denken dat die delen geheel doorlopen onder het zadel. Dat is echter niet zo. Op de plaatsen waar het zadel (dus de boom) op het paard rust, is dat leer dus nog maar 5 mm (in veel gevallen zelfs minder).

Een andere misvatting, zijn de veel gelezen verklaringen, voor het niet (meer) passen van een westernzadel. Voordat ik deze misvatting verder zal beschrijven, moet allereerst aangegeven worden, dat een passend westernzadel pas kan worden geselecteerd, nadat het betreffende paard “skelet volgroeid” is. Bij de meeste rassen is dat op een leeftijd van +/- 3,5 jaar, maar plus en min afwijkingen van een jaar komen veel voor. Er zijn diverse goede methoden om het moment van volgroeien vast te stellen, zoals het maken van een pasmal of een maandelijks herhaalde 4-punts meeting op basis van de ellepijp van het paard. Wil je voor het volgroeien van je paard deze (in)rijden, kan dat door de “best mogelijk fit voor dat moment te kiezen” (desnoods met een dik pad). Bedenk dat het voor paarden heel slecht is, om voordat ze volgroeid zijn, het skelet te veel te belasten.

De boom in een westernzadel draagt op het skelet van het paard. Met name langs de wervelkolom en het bovenste deel van de ribben. Als het skelet van een paard volgroeid is, zal de locatie waar het zadel draagt nagenoeg niet meer veranderen. Enige uitzonderingen daartoe zijn zwangerschap en extreme ouderdom. Die beide het inzakken van de wervelkolom tot gevolg kunnen hebben.

Het draagvlak van de boom, is een band van +/- 15 cm aan weerzijden van de wervelkolom. Als op deze plaats een toename van 2 cm vet of spieren zou optreden (wat in de praktijk een onmogelijkheid is), betekend dit, dat het paard op andere plaatsen van het lichaam een evenredige toename zal verkrijgen. Dit alles zou bij een paard van 500 kg een gewichtstoename betekenen van meer dan 150 kg (!).

Bovenstaande verklaart waarom een paard niet uit zijn zadel zal groeien of waarom spieropbouw (training) een veel gebruikte misvatting is, om een niet passend zadel te verklaren.

De enige juiste verklaringen kunnen zijn, dat het zadel geselecteerd is voordat het skelet volgroeid was, OF, dat er een zadel is geselecteerd dat niet paste, maar waarvan pas na verloop van tijd het leer dusdanig om de boom is gevormd, om vervolgens de juiste pasvorm te tonen.

Optisch bedrog.
Een ander fenomeen is het z.g.n. optische bedrog bij de beoordeling van een paard. Mensen zijn geneigd om hun totaal indruk van een paard - veelal het zijaanzicht - te vertalen naar de maten van het paard m.b.t. een zadel. Een stevige Q.H heeft zeker een “full-quarter” boom nodig. De locaties die de zadelmaat bepalen, liggen op een vlak die door het menselijk oog niet of slechts heel beperkt waargenomen worden. De enige juiste indicatie, is die middels een naakte boom, die rondom gecontroleerd kan worden.

Maten.
In de westernzadel industrie bestaat geen normering voor maten van bomen (en dus westernzadels). Wat bij firma X een “full QH boom” is kan bij een andere firma best een “semi QH boom” zijn. Omdat zadelfabrikanten hun bomen regelmatig bij andere leveranciers inkopen, zal ook een model of type van dat zadelmerk geen zekerheid bieden voor een “gelijke maat” zadel.

Meest voorkomende problemen.
Veel voorkomende problemen bij niet passende westernzadels zijn, bridging en rocking. Daarnaast zijn er nog tal van andere zaken, die het dragen van een westernzadel voor uw paard tot een pijnlijke aangelegenheid kunnen maken, zoals de schoft wijdte en hoogte en de lengte van het zadel.

Bij bridging draagt het zadel te veel op de voorste en achterste delen van de boom en in het midden (onder de seat) niet of nauwelijks. Het gevolg van bridging zal zijn, dat het zadel alleen voor op de schoft en achter (bij de nieren) zal dragen en dus bij aanhoudend gebruik drukplekken zal opleveren. Probleem signalen zijn: problemen bij galop wissel, niet in juiste galop aanspringen, “stijfheid” voor in de schouders, problemen met overzetten voorbenen (spin)
Rocking is het tegenovergestelde van bridging. Bij rocking draagt het zadel in het midden en nagenoeg niet voor en achter. Het gevolg zal zijn, dat het gewicht in het midden van de wervelkolom wordt gedragen, met mogelijke rugklachten van dien. Symptomen zijn o.a. het omhoog houden van hoofd, het wegdraaien (wegschieten) bij galopwissels, rug wegdrukken.

Gewicht.
Ik wil hier niet in gaan op het ruitergewicht t.o.v. het paard. Ik volsta daartoe met de vermelding van “Het Zadelboek” van Tineke Dekker (ISBN 978-90-810945-1-1) . Wel wil ik aangeven, dat een correct passend westernzadel veel gewicht goed kan verdelen over het skelet van het paard, mist gebruikt in combinatie met een goed, stug pad. Het gewicht van het westernzadel op zich, is voor het paard een te verwaarlozen factor; als het zadel goed past maken 3 kg voor het paard niets uit. Echter als het zadel niet correct past, wordt het gewicht een zwaar kruis voor een paard, met alle gevolgen van dien.