Westernzadels -> Constructie (1)

Door Louis van Kerkhoff

Inleiding.
Ik verwijs hier naar de inleiding van hoofdstuk: Pasvorm.
Indien je dit hoofdstuk niet hebt gelezen; alsnog doen, want anders zou je enige relaties kunnen missen.

Referenties.
Ook m.b.t. de referenties verwijs ik naar het 1e hoofdstuk.

De constructie.
De constructie van een westernzadel kan als “conservatief” worden betiteld. Het principe is al vele honderden jaren oud en heeft zijn “geschiktheid” al miljoenen manuren bewezen, onder de meest gevarieerde omstandigheden die er bestaan.
Ik beperk me in dit stukje tot het “normale” westernzadel; die met een starre houten of kunststof boom en ga voorbij aan de vele andere varianten, zoals “flexibele” bomen en “boomloos”; mijn redenen daartoe zijn jullie zeker bekend.

Onderdelen.
Iedere westernruiter zal de meest in het oog springende onderdelen van een westernzadel en hun functie kennen. En wanneer niet, zijn er tal van boeken over westernrijden, waarin deze worden besproken.
Ik beperk me in dit hoofdstuk tot die onderdelen en constructies van westernzadels, die als het ware “verborgen onder de motorkap liggen”, maar die voor de ruiter en (vooral) paard van wezenlijk belang zijn, als het gaat om draagcomfort, stabiliteit en degelijkheid; n.l. de skirts, de rigging en de seat.

Hiervoor is het zinvol, de niet zo veel gebruikte termen m.b.t. de (zadel-) boom (saddle tree) te kennen.
Daartoe onderstaande plaatje:




De boom.
De boom van een westernzadel is, sterk vereenvoudigd weergegeven, niets meer dan een constructie van 4 voorgevormde delen (veelal uit hout).
2 delen vormen de dragers die op de rug van het paard komen – de bars.
1 deel vormt de brug als voorste verbinding tussen de 2 bars – de fork (swell).
1 deel vormt de brug als achterste verbinding vormt tussen de 2 bars – de cantle.
De boom is bepalend voor de maatvoering van het westernzadel.
De boom dient correct passend te zijn voor het betreffende paard.

De skirts.
De skirts zijn de grote lederen delen, die tussen de bars en de paardenrug liggen. Ze zijn aan de onderzijde voorzien van een “zachte” bekleding.
De skirts hebben vele functies. Een groot misverstand is, dat de maat van de skirts bepalend is voor de drukverdeling. Dat is slechts in beperkte mate het geval; alleen bij goede westernzadels helpt de strook tot 5 cm rond om de bars bij drukverdeling.
De skirts zijn eigenlijk meer een geleidende laag tussen de bewegelijke paardenrug en de starre boom. Een goede vergelijking is die met de schoenlepel, die ons bij het aantrekken van schoenen helpt om in de schoen te glijden. Zo ook de skirts: ze helpen de paarden rug om zonder weerstand onder de boom te kunnen bewegen.
Bijkomend punt is hier dus, dat als een westernzadel te strak wordt aangesingeld, het paard mogelijk in zijn bewegingen wordt beperkt.

Een andere functie - die veelal verloren is gegaan – is die van beschermer tussen paard en bepakking (tent, slaapzak, potten en pannen). Vandaar dat men vroeger onder de westernzadels grote vierkante skirts zag.

De skirts dienen van stevig leer te zijn. Verder moeten ze goed dragend zijn; ze spelen een heel belangrijke rol in het draagcomfort voor het paard. Tijdens het rijden komt er tussen het westernzadel en de paardenrug een grote hoeveelheid (vochtige) warmte vrij. Dit komt door de spierbewegingen van het paard, de permanente wrijving tussen paard en zadel en de grote oppervlakte bedekking door het zadel. Een paard is van nature een slechte warmte wisselaar aan de rug zijde en dus is het van groot belang dat zadel en tuigage grote hoeveelheden warmte en vocht (zweet) kunnen verwerken zonder aan comfort in te boeten. De skirts zijn daartoe aan de binnen zijde bekleed met een schapenvacht. Alleen schapenvacht kan enorme hoeveelheden warmte en vocht verwerken zonder demping te verliezen. Omdat schapenvacht EN duur is EN moeilijk te verwerken, hebben de meeste westernzadels tegenwoordig een goedkoper “fleeze” bekleding, die veel minder dempt en ventileert.

Er speelt rond de skirts nog een ander belangrijk - voor veel ruiters onbekend – fenomeen; namelijk de z.g.n. “blocking”. Alleen bij een westernzadel waarvan de skirts geblokt zijn, is de drukverdeling optimaal. Helaas past vrijwel geen enkele fabriek dit principe nog toe, omdat het bij de productie veel tijd vergt en een omslachtige productiemethode vereist. Alleen bij echte “custom made” westernzadels worden de skirts nog geblockt.
Hieronder een plaatje van de stappen bij het blocken van de skirts;

Hieronder niet-geblockte skirts (zoek de verschillen).


Geblockte skirts hebben de opvullaag (de 2e laag 5mm leer) aan de binnenzijde zitten. Hierdoor werken de skirts langs de bars veel beter als drukverdelers.
Maar er is nog een belangrijk punt rond de blocking; Skirts die geblockt zijn, sluiten exact om de bars van de boom. Er is dus vanaf het eerste moment sprake van een exacte vorm van de skirts rond de bars. Dat is bij fabriekszadels niet het geval, omdat de skirts geheel separaat van de boom gemaakt worden en pas bij de eindmontage onder de bars worden geplaatst. De skirts zijn hierdoor niet naar de bars gevormd en volgen dus niet de juiste contouren van de bars. Bij het bepalen van de maat van een dergelijk westernzadel, is de kans op misschatting erg groot. Dit is de reden waarom heel veel westernzadels na een jaar niet meer blijken te passen: het leer heeft in dat jaar de juiste vorm van de bars aangenomen en die bars blijken een andere vorm te hebben dan de eerder – met de hand of visgraadmal – aangenomen maat.

De rigging.
De rigging is bij de selectie van een westernzadel een veel te vaak gemist criterium. En dat terwijl de rigging in belangrijke maten bijdraagt aan een goede ligging van het westernzadel en het “stabiele gedrag” op de rug van het paard.
De meeste westernzadels worden geleverd met een z.g.n. in-skirt rigging. Dit omdat deze rigging de meest eenvoudige (en dus goedkoopste) rigging is. De rigging ringen worden hierbij in de skirts geplaatst . De meeste Reining en Pleasure modellen hebben een in-skirt rigging.

Een andere – minder - gebruikte rigging methode is de double-D rigging. Hierbij zitten er grote D-ringen in leren “ophangingen” net onder de fork en onder achter de cantle. Daartussen zit een leren geleide riem. De meeste Cutting en Roping modellen hebben een double-D rigging.
Helaas worden bij beide methoden de plaatsen van de voorste ringen vaak (te) ver naar voren gekozen, waardoor ze vlak bij het voorste kantelpunt van het westernzadel komen te zitten. Tel daarbij op dat de ringen ook relatief dicht (hoog) bij de boom zitten. Het gevolg is, dat het westernzadel bij het rijden van achteren omhoog kan komen, zeker als het voor niet correct past.

De beste – in fabriekszadels zelden gebruikte – rigging, is de z.g.n. leatherplate of flatplate rigging. Hierbij wordt een extra leren plaat gebruikt, die zowel onder de fork als onder de cantle vast wordt gezet. In deze “plate” kan de rigging ring iets verder naar achteren wordt geplaatst, waardoor de trekkracht in een 60/40 verhouding over de gehele zadellengte wordt verdeeld. Verder zit het rigging punt verder naar onderen, waardoor er een stabiele 3-hoeks verhouding ontstaat. Beide beperken het klapperen van het zadel sterk. In de USA zit in 90% van de zadels die door echte cowboys worden gebruikt, een leatherplate rigging. Door het extra leer en meer werk is deze rigging veel duurder dan bijv. een in-skirt rigging.
Hieronder een voorbeeld van de leatherplate rigging.


De seat.
De meeste westernzadels hebben als basis van de seat een metalen strainer plate. Dit metalen (soms polyester) plaatje “overbrugt” de gleuf tussen de 2 bars en is een goedkope en snelle manier om de seat op te bouwen. Bij veel fabriekszadels zit er onder de neopreen vulling niet eens meer een laag leer, maar vul materiaal (kunststof). Het gevolg is, dat de seat in geen enkele mate warmte en vocht op kan nemen (noch van het paard noch van de ruiter). Daardoor wordt de ruimte tussen de skirts en de onderzijde van de seat zeer vochtig, waarbij schimmels en rotting vrij spel hebben. De strainer plates zitten vrijwel altijd met een paar spijkers op de bars genageld en in deze vochtige omstandigheden is het niet vreemd dat de zaak na een aantal jaren los raakt (hetzij door roest, hetzij door het loskomen van de spijkers).
Een goed westernzadel heeft een seat die geheel is opgebouwd uit lagen tuigleer, die met watervaste lijmen op elkaar zijn gelijmd en vervolgens in model zijn gebracht.

Kijk in de westernshop naar zadels zonder opgelegde seats. Het valt op dat deze zadels veelal duurder zijn, dan de gelijke modellen met opgelegde (neopreen gevulde) seats. Vreemd; minder = duurder !?. .
De reden is, dat bij de zadels met opgelegde seats, de onderste leer laag, die uiteindelijk de seat jockeys onder de dijbenen vormen, uit 2 delen bestaat, die in het midden (onder de opvul seat) aan elkaar genaaid zijn. De fabrikant kan dus veel efficiënter met leer omgaan, want hij hoeft geen groot stuk van gelijke dikte en kwaliteit te zoeken.
Op zich is er met deze methode niets mis, mits de 2 delen maar naast elkaar uit dezelfde huid komen. Bij veel fabriekszadels is dat echter niet het geval, waardoor vaak afwijkingen in de seat jockeys ontstaan. Een andere reden is, dat de 2 losse delen al in model worden gestanst, om makkelijker te kunnen vormen. Bij een seat uit 1 deel leer moet deze vele malen worden nat gemaakt en gevormd om uiteindelijk correct te passen. Dat laatste heeft wel als voordeel, dat de seat nooit meer zal vervormen, wat bij seats uit 2 delen regelmatig wel het geval is (bijv. na een goede regenbui).

Ook de zadels zonder cheyenne roll (de rand – “spoiler” – achter op de cantle) zijn vaak duurder, dan de zadels met cheyenne roll. Ook hier weer: minder = duurder !?..
De reden daartoe is, dat de cheyenne roll in het productie proces gewoon machinaal aan de seat toplaag (vaak varkens leer of suede) en de cantle bekleding wordt genaaid, om vervolgens bij de eindmontage gewoon als een soort hoes over de seat te worden getrokken. Niets mis mee, maar het bespaart veel tijd t.o.v. de eenvoudige strait cantle binding, die geheel met de hand moet worden gemaakt.

Het gevolg van dit alles is, dat de meeste westernzadels EN een opgelegde seat hebben En een cheyenne roll.
Niet omwille van comfort of constructie, maar omwille van besparingen bij het productie proces.

Westernzadels met een kleine ingelegde seat (de z.g.n. oldtimer inlay seats) zijn in de westernshop veel en veel duurder, dan de zadels met geheel dekkende opvul seats. Logisch, want voor deze kleine ingelegde seat, is 1 groot deel leer nodig en kan de zaak bij de eindmontage niet als een hoes over de seat en cantle getrokken worden. Er is bij de bouw van een dergelijke seat veel handwerk nodig van mensen die weten waar ze mee bezig zijn. En dat kost geld.